Terugblik Landelijke Ontmoetingsdag d.d. 1 april 2017

Een bezoeker van onze Landelijke Ontmoetingsdag wil zijn ervaringen met ons delen.

‘Ten eerste wil ik me even voorstellen. Ik ben Timon en in december 2016 werd bij mijn moeder kanker geconstateerd. Dit sloeg in als een bom. Ik heb een DCD-achtergrond, waarin structuur en regelmaat heel belangrijk zijn en door dit nieuws werd ik met mijn rug tegen de muur gezet. Door een lieve vriendin uit de gemeente waren mijn moeder en ik geattendeerd op de Landelijke Ontmoetingsdag. Eerlijk gezegd wist ik in eerste instantie niet zo goed wat ik er van moest denken. Misschien is het wel zo’n ‘huilebalken bijeenkomst’, waar mensen hun eigen geval het ergste van de wereld vinden en vol zelfmedelijden zijn. Maar na het bezoeken van deze dag, bleek het tegendeel waar te zijn: ik vond het een heel indrukwekkende en motiverende dag.

Tijdens het ochtendprogramma waren er twee spreeksters, die allebei erg veel indruk op mij maakten met hun betoog. ‘De Heer is mijn herder en je wordt gedragen’. De overbekende zin die je zo vaak in mijn gemeente en in iedere christelijke uithoek te horen krijgt, kreeg voor mij nu veel meer betekenis.

Ook de tweede spreekster, die sprak vanuit haar professionaliteit, maar ook vanuit haar eigen leven, gaf veel bemoediging en reële handvatten om verder te vechten. Vanuit haar geloof gaf zij ook mij, als niet direct getroffene door deze ziekte, instrumenten om mee verder te gaan.

Tussendoor was er een leuke presentatie en prachtige muziek. De lunch en de verzorging was highclass te noemen en gaf mij het idee dat ik op heel duur seminar aanwezig was. In de middag waren er workshops. Ik had gekozen voor de workshop ‘Kanker en geloof’. We gingen in discussiegroepen uiteen onder leiding van bekende predikanten en er kwamen een aantal onderwerpen over en rondom kanker ter sprake. Wat ik erg fijn vond, was dat ik vragen kon stellen die mij vanaf het vaststellen van deze ziekte van mijn moeder dwarszaten. Dit luchtte op en gaf veel bemoediging. Kortom, ik vond het een enorme topdag.

Er zijn veel organisaties die zich met kanker en met de bestrijding van deze ziekte bezighouden. Maar dat is niet het complete plaatje. Het sterke van deze dag is dat je een mentale wapenuitrusting mee naar huis krijgt. Doordat er wordt verteld dat wanneer je de strijd tegen kanker samen met God voert, je een groot ‘strategisch voordeel’ hebt. Nee, het zal niet je pijn, verdriet en onmogelijk lijden wegnemen, maar het zal wel de richting hoe je het bekijkt, doen veranderen. Je mag net als een samuraistrijder je strijd met een glimlach aangaan, want je weet dat je gesterkt wordt, hoe het ook mag verlopen. Want je weet dat je Sakura (kersenbloesem) hoe dan ook zal gaan bloeien.

Mijn gebed voor iedereen die in deze situatie zit, is dat God je zal zegenen met moed en vrede en je inzicht zal geven om te blijven lachen en te genieten.

Liefs, Timon’

Verliezen is winnen

Op de Landelijke Ontmoetingsdag mocht ik spreken en ik deed dit aan de hand van gedichten, beelden en korte gedachten. Ik werd muzikaal begeleid door Trudi en Hans. Er zijn veel positieve reacties op gekomen en ook de vraag om dit te kunnen teruglezen. De teksten en beelden staan inmiddels op de website: www.old.alskankerjeraakt.nl.

Maar er was ook een vraag of ik ‘Verliezen is ook winnen’ wilde uitleggen. De tijd was kort en de vraag groot. Carien en ik hebben kort iets verteld, maar woorden schieten tekort. Het is op dat moment een eenzijdige toelichting, waardoor ik de behoefte had er via deze nieuwsbrief iets dieper op in te gaan, maar ook deze toelichting blijft beperkt…

Je zult maar een kind, een partner hebben verloren. Hoe kan verliezen dan ooit een winnen zijn? Het is levenslang een diep blijvend gemis. Op zulk ingrijpend verlies is winnen niet bedoeld. Verlies is verlies, lijden is lijden. Punt.

Voor mij is het winnen in een diepere laag gelegen. Ik wil proberen deze diepere laag zichtbaar te maken, zoals ik deze bedoel. We zijn als mensen allemaal anders en ieder mens heeft zijn of haar eigen rugzakje, gevuld met dingen die in ons leven zijn gebeurd of gebeuren. Mijn persoonlijke rugzakje is behoorlijk gevuld. Het heeft me gevormd, geleerd met vallen en opstaan. Het heeft ook gemaakt dat ik uiteindelijk theologie ben gaan studeren en heb gekozen om met stervende mensen en diens naasten te werken. Mijn ogen en oren zien heel veel lijden, mijn hart wordt door het lijden geraakt. Wat mensen mij toevertrouwen, mee moeten maken. Ik kan er soms niet van slapen. Kan het uitroepen naar God: ‘God, wat is de zin van dit lijden?’

Het helpt mij om het lijden, dat ik denk te horen, te verwoorden in het schrijven van gedichten en beelden te boetseren. Het is voor mij een manier van verwerken en zo ontstond de zin:

‘God beschermt ons niet voor het lijden, maar wel in het lijden.’

In deze zin ligt voor mij het winnen. God huilt mee, Hij is erbij, Hij is mijn/onze HOOP.

Rita Renema-Mentink

Tranen komen later. Anders verder leven

Tranen in je binnenste, verkrampte borst, rauwe keel, verstopt gevoel. Ken je dat? Wat gaat er door je heen als je hoort dat je kanker hebt? Of dat jouw geliefde kanker heeft? Toen ik zelf de diagnose kreeg op 1 mei 2013 werd mijn vermoeden, diep vanbinnen, bevestigd. De week van afwachten na onderzoeken had ik net als mijn geliefden gehoopt dat het niet zo zou zijn. Want kanker deed toch geen pijn? En ik voldeed toch niet aan allerlei risicofactoren? Maar ik had de vorm van het knobbeltje op de echo gezien en wist eigenlijk toen al ‘dit is niet goed’. Maar in de week van afwachten klamp je je vast aan elk sprietje hoop dat het niet waar is.

Ik schoot na de woorden van de arts meteen in een soort ‘overleefstand’; wat gaan we hieraan doen? Emoties werden deels geblokkeerd. Er ging tegelijk van alles door mijn hoofd, hoe moet het verder, word ik kaal, ga ik misschien al sterven? Ik vond het het moeilijkst om onze kinderen dit nieuws te brengen en ik vond het zo erg voor mijn man. Het was heel vreemd; aan de ene kant besefte ik dat dit over mij ging, maar aan de andere kant stond ik nog gewoon in het leven vol plannen en een drukbezette agenda. Maar mijn agenda werd gevuld met behandelafspraken, een streep ging door alles wat gewoon was.

Tijdens de behandelingen ga je door, er moet van alles en je hebt niet veel invloed op je leven. Je strekt je uit naar de laatste behandeldatum. Daarna, dan wordt het leven weer gewoner… Gelukkig had ik veel lieve mensen om mij heen die me bemoedigden en praktische hulp boden. Ook vond ik kracht in mijn geloof. God was erbij, dat troostte mij. Ik schreef ook veel van me af in een dagboekje en blogs op mijn website. En soms tekende of schilderde ik iets.

Verder?
En dan is het voorbij! Ik mocht verder leven, natuurlijk wel nog jaren onder controle. Intens blij en dankbaar. Eindelijk echt herstellen in plaats van met een mokerslag van de volgende kuur weer terug te vallen. Na een jaar afzien gewoon te mogen leven, genieten van de eerste lente die weer kwam. Mijn haren groeiden weer. De pruik kon af. Ik kreeg meer energie en maakte weer voorzichtig plannetjes. Toen werd door een onderzoek duidelijk dat er nog een preventieve operatie nodig was. Weer een grote terugval. Er kwamen veel emoties los, ik had het gevoel dat het nooit meer een beetje gewoon kon worden; was angstig, verdrietig, bozig, verward. En toch, ook dat ging weer voorbij. Ik mocht weer verder en zette weer stappen in de richting van ‘gewoon’ leven.

En dat was na verloop van tijd ook lastig; mijn leven was zo veranderd. De jongste was vlak voor mijn ziekte ook het huis uitgegaan en dus was ik veel alleen thuis. Dat was echt wel wennen. En om me heen leefde men ook weer opgelucht verder; ik had het overleefd en dat was fijn. En soms leek het voldoende dat ik er gewoon nog was…

Verlangen
Maar ik wilde ook graag weer zinvol bezig zijn. En dat was zoeken. Hoe verder, wat kan ik wel? Wat is de bedoeling van mijn leven nu? Mijn vertrouwen had een knauw gekregen. Dacht een baan te hebben die echt ‘voor mij bedoeld was’ en waar ik ook al lang naar had gezocht destijds. En toen ging dat niet meer. Ik was vlak voordat ik ziek werd bezig met plannen voor een eigen bedrijfje als beeldend counselor/kunstenaar, naast mijn baan. Ik had echter nog te weinig energie daarvoor. Ik wilde liever re-integreren in een baan met collega’s, de deur weer uit … maar dat lukte niet. Dat was bovenop het verlies van mijn gezondheid nóg een verlies. In mijn hoofd wilde ik ook meer dan ik kon. Ik moest mijn nieuwe grenzen ontdekken. Regelmatig voelde ik me verdwaasd en verdwaald in mijn eigen leven, denkend aan hoe het verder zou gaan. Verdriet over wat er gebeurd was en de gevolgen daarvan die weliswaar niet zichtbaar zijn, maar wel veel invloed hebben op mijn leven.

Zinvol bezig zijn
Stap voor stap nam ik weer activiteiten op me. En uiteindelijk ging ik voor mijn plannen om als zelfstandige verder te gaan. Ik moest ook zelf accepteren dat ik anders ben geworden, niet meer kan wat vroeger wel kon. Maar het blijft soms lastig uit te leggen hoe het is. Dat ik rustmomenten nodig heb en niet zo lang tegen veel rumoer kan. Nu kan ik mijn tijd zelf indelen en aan mijn mogelijkheden aanpassen. En dat voelt goed.

Ik mag mijn ervaring nu gebruiken, kan mensen ondersteunen die door moeiten in het leven onderuitgaan. Mensen kunnen hun emoties lang blokkeren. Ze zeggen bijvoorbeeld bang te zijn te verdrinken als ze de zee van tranen uit hun binnenste loslaten. Ze verstoppen hun tranen. Ze denken dat het nooit meer overgaat als ze beginnen met huilen. Ze willen niet zielig doen. Ze moeten toch dankbaar zijn dat ze leven… Maar zo werkt het niet. Verdriet om verlies mag er zijn.

En het is belangrijk het te uiten op een veilige plek. Het gaat voorbij en er kan heling komen. En er kan zicht komen op nieuwe, andere mogelijkheden. Ik vind het prachtig om daarin een rol te mogen hebben.

Een deelnemer aan een workshop Verwerkend Schilderen verbeeldde haar verdriet dat ze moeilijk kon uiten.

 

 

 

 

 

Wijnanda Heslinga
Beeldend counselor en kunstenaar
www.schildertaal.nl

Terugblik Ontmoetingsdag YOUNG

….Ik heb ‘m! Soms is het lastig om in woorden te vertellen wat een gebeurtenis met je doet. Ik zat net mijmerend achter de laptop…. Mijn gedachten vlogen terug naar 4 februari, ontmoetingsdag van Young. Mijn ogen gingen ineens naar de grote vellen papier die bij ons op de speelgoedkast liggen. Pfjoeee, dacht ik, die moet ik nog ophangen. Maar wil ik het wel echt? En wáár ga ze een plek geven? Eigenlijk is het een zootje. Alle kleuren door elkaar. Felle kleuren, donkere kleuren. Gekreukt en een gat in het papier omdat er met een vinger doorheen geprikt is…..geen lijn in. Zal ik ze maar weggooien? Hmm…Wat nou als de dames thuiskomen en ze verwachten dat hun tekeningen opgehangen zijn en ze liggen in de papierbak? Nee, ik hang ze op. Ik herinner me het plezier dat ze hadden. De frustratie toen de vinger er doorheen ging. De bende die ze maakten. Hoe ze van de frustratie overgingen in plezier. Hoe de één de ander oppepte door een stip verf op het gezicht te zetten. Je raadt het vervolg wel.

Eigenlijk is een ontmoetingsdag niet veel anders dan zo’n gekleurd papier. Kun je zeggen dat het vel papier van mijn jongste dochter een leven symboliseert? Waarin mooi en lelijk samen gaan? Tijdens de ontmoetingsdag vormen deelnemers en leiders de dag. Alle deelnemers hebben een eigen verhaal waarin gaten en butsen geslagen zijn. Wat doe je ermee? Moet je er iets mee doen? Hoe ziet een tekenvel van een ander eruit? Hoe belangrijk is het om samen het leven te leven. Naast elkaar te staan. Dingen te delen. Te ervaren dat je niet de enige bent die worstelt. De gaten in het papier kun je niet geheel dichten. De kreukels kun je proberen glad te strijken, je zult ze altijd blijven zien. Door te delen en herkenning te ervaren, wordt de situatie niet anders, maar wellicht wel hoe je ermee om kunt gaan.

Tijdens de ontmoetingsdag hebben we ons d.m.v. werkvormen met het thema ‘naasten’ en ‘verbondenheid’ beziggehouden. Er waren mensen die kanker hebben en van wie familie/partner kanker heeft (gehad). Veel kreukels en gaten. Toch, allemaal anders gekleurd. En ook weer niet. Als je jong bent en je krijgt te maken met kanker dan heb je veel vragen die je niet met anderen kunt bespreken. Het mooie van de ontmoetingsdag was dat de deelnemers open in gesprek waren met elkaar. Dat het spannend was om over diagnoses, behandelingen, werk en gevoelens te praten, maar dat het ook fijn was. Ongeacht de situatie werden confrontaties aangegaan, was er veel moed en kwetsbaarheid. En is er genoten, van zowel de gesprekken als van het uurtje bowlen.

Ik citeer een reactie van een deelnemer: ‘Met nieuwsgierigheid ging ik erheen, op zoek naar herkenning en uitwisseling van ervaringen. Spannend, omdat ik niet wist of ik het aan zou kunnen. We konden er naar mijn gevoel niet omheen om ook even kort te vertellen welke diagnose en waar in het traject iemand staat. Dit maakte het boeiend, maar tegelijkertijd confronterend. Positiviteit en verbondenheid heb ik ervaren.’ (Sabine).

Omdat er sprake was van veel herkenning gaven deelnemers aan de volgende keer weer te komen: ‘We kijken met een goed gevoel terug op de bijeenkomst. Het was heel fijn om eindelijk eens onder (christelijke) jongeren te zijn die ook geconfronteerd zijn met de ziekte. We vonden er veel herkenning en zien erg uit naar de volgende ontmoetingen! Fijn dat deze ook met regelmaat gepland worden, zodat je elkaar goed leert kennen.’ (Cornelie).

Vanwege deze mooie reacties is de volgende ontmoetingsdag gepland op 27 mei a.s. Als je interesse hebt om te komen, kun je meer informatie opvragen én je opgeven via www.old.alskankerjeraakt.nl of young@old.alskankerjeraakt.nl. De dag is bedoeld voor jongeren (16-28 jaar) die zelf geraakt zijn door kanker en voor jongeren die iemand in de omgeving hebben die geraakt is door kanker.

Sijbrand, Marjanne en ik kijken samen met de deelnemers voldaan en dankbaar terug op een intensieve, mooie dag. Laten we samen ons leven kleuren, daarom: tot ziens!

Noreen Hartlooper

Voor eventjes bevrijd

rolstoelHet is al jaren geleden, maar ik herinner me haar nog goed. Ze droeg vier oorbellen per oor en haar haren waren fel rood gekleurd. Soms vroeg ik me af of ze onder haar witte uniform ook zwarte kleding zou dragen. In dat geval was ze op de fiets naar huis niet te onderscheiden van een gothic. Ze was duidelijk anders dan de rest. En al met al is deze verpleegkundige niet bepaald het type waarmee ik meestal omga.

Ze werkte in het ziekenhuis toen ik daar lag voor mijn behandelingen. In die tijd voelde ik me een gevangene. Opgesloten in mijn eigen lichaam. De weken in het ziekenhuis waren dan ook loodzwaar. Eten kon ik niet binnenhouden en het slapen ging slecht. Mijn armen en benen deden niet meer wat ik wilde. Na een paar dagen kuren was ik zo verzwakt dat ik met een rolstoel door het ziekenhuis gereden moest worden. Mijn moeder duwde me meestal. Dat vond ik maar gek. Ik was nog geen dertig en dan hoor je toch juist je moeder te duwen? Als het bezoek weg was, liep ik alleen nog van het bed naar de wc. Het ziekenhuis was mijn gevangenis geworden. Mijn lichaam was mijn cel.

En toch was juist deze verpleegkundige de enige die me ‘s avonds af en toe mee naar buiten nam. Dat was niet volgens het protocol en dus vond ik het prachtig dat ze dit deed. Ze duwde mijn rolstoel dan heel hard over de paadjes. Eén keer gingen we zelfs zo hard dat ik bijna in de vijver belandde. Ik heb in het ziekenhuis nooit zo hard gelachen als op dat moment. Voor even was ik uit die gevangenis ontsnapt. Een paar minuten lang was ik vrij in mijn hoofd.

De kuren zijn voor mij al vijf jaar geleden en nog steeds vraag ik me weleens af hoe het nu met haar zou zijn. Zou ze nog steeds op die afdeling oncologie werken? En zou ze dan ook nu nog van gevangenen weer vrije mensen maken?

Sijbrand Alblas

Terugblik op ‘Gebroken hart’, de Landelijke Ontmoetingsdag voor ouders van een overleden kind

Waar het hart van vol is …

Op 19 november 2016 was er de Landelijke Ontmoetingsdag ‘Gebroken hart’ voor ouders van een overleden kind aan kanker of een andere ziekte. Achttien kostbare kinderen brachten ouders samen. En harten vol liefde deden monden overlopen. Ongedwongen praten over je kind – over hoe hij/zij was, de grappen en grollen, de ziekteperiode met moeilijke, maar ook mooie momenten, het afscheid, het overlijden, de hemel. Vaak moest er zelfs niets gezegd worden. Er was woordeloze herkenning.

Carien Hempel-Flipse, klinisch psychologe en gezinstherapeute, deelde over ‘Leven na verlies.’ Ze reikte een aantal praktische handvatten aan waarmee ouders op weg kunnen, individueel maar ook als koppel en binnen het gezin. Het woord ‘verwerken’ werd vervangen door ‘verweven’. Je overleden kind zal altijd met je leven verweven zijn. Het verlies en gemis zijn een onderdeel van wie je zelf bent.

Tijdens een korte viering werden alle namen van de kinderen genoemd. Het moment van gedenken bracht verbondenheid. Maar ook het geworstel met God kwam ter sprake. Als ouders zitten we met zoveel vragen. Dat bleek tijdens de overdenking van Ds. Jitse van der Wal die ons toesprak als vader van Joanne. Zijn woord bevestigde dat geworstel contact inhoudt. In het worstelen grijp je God vast omdat je wil begrijpen. Hij is dan dicht bij je, ook al ervaar je dat niet altijd zo.

Gerald Troost zong een paar liederen, waaronder zijn lied De clown – op verzoek van een vader. Zo voelen we ons soms (jaren) na het overlijden van ons kind: lachend met van binnen stil en vaak ongekend verdriet.

Een moeder schreef na afloop: ‘Omdat het voor ons het kortst geleden was, gaf het ook hoop om de ouders te zien, die al langere tijd hun kind moeten missen en hoe zij in het leven staan. Dat het mogelijk is om verder te kunnen leven met zo’n intens gemis. En wat heel belangrijk voor ons was, dat er hoop is, zelfs in dit enorme verdriet. Geen hopeloos einde, maar eindeloze hoop!’

Moge we binnen de stichting Als kanker je raakt als ouders-lotgenoten blijvend naar elkaar uitreiken en elkaar bemoedigen. Dan wordt onze weg wat minder stil en eenzaam, maar warmer en lichter.

Kristien Rocha

Mijn strijd

envelopHet was fijn om kaarten te krijgen. Van zoveel mensen, zoveel verschillende mensen. Het ontroerde me dat anderen aan je denken en de moeite nemen om naar goede woorden te zoeken die jou kunnen helpen. Kaarten die ik mocht ontvangen nu ikzelf geraakt was door kanker. Kaarten die ik mocht leren ontvangen, want liever stuur ik ze zelf.

Ik kreeg ook kaarten van mijn werk. En ik werd gebeld. Gebeld door de teamleider. Hij vroeg hoe het was gegaan, hoe het met me ging en of ik niet eens een kopje koffie kon komen drinken op het werk. Ik gaf antwoord, vertelde mijn verhaal, maar voelde intussen dat er een druk op me afkwam. Ik gaf aan dat ik er nog even mee wilde wachten, omdat ik me nog niet zo sterk voelde. Maar een volgende keer, een volgende week, belde hij weer. Misschien goed bedoeld, maar toch. Ik voelde de druk toenemen, alhoewel er werd uitgelegd waarom het goed voor me zou zijn. ‘Dan blijft de drempel niet zo hoog, dan kom je als vanzelf weer binnen’.

Het bleef me bezig houden, mijn hoofd was nog te vol. Ik had zelf het gevoel dit niet te willen en nog niet te kunnen. Het was niet mijn manier om zo weer op het werk te komen. Ik stelde me voor dat ik dan juist het middelpunt zou worden van betrokkenheid, vragen, veel vragen. Want waarover zou je het anders hebben, als je ‘zomaar eens op de koffie komt’?

Ik wilde terugkomen op mijn eigen manier en op mijn eigen tijd. Werd me die tijd en die ruimte gegeven? Ik besloot er niet op in te gaan, maar probeerde mijn eigen weg hierin te gaan. De kanker zat niet meer in mijn lijf – als het goed was – maar nog wel in mijn hoofd. De drempel om zomaar eens koffie te gaan drinken na alles wat er met en in me gebeurd was, was te hoog. En dat kwam met name doordat ik geen echt begrip ervoer van mijn teamleider. Hij zat meer op de stoel van de functionaliteit en dat het werk door moest gaan. En toen hij de druk nog meer opvoer, dat ik ‘nu toch maar met een paar uurtjes moest gaan beginnen’, toen brak er iets in mij.

Ik huilde. Ik huilde op mijn werk. De plek waar ik me altijd zo goed had gevoeld, was voor mij even niet meer betrouwbaar. Daarom zocht ik bij anderen en in mijzelf naar de weg die bij mij paste. En ik deelde dit met God. In mijn kwetsbaarheid door de kanker had ik die kracht zo nodig. Natuurlijk wilde ik wel weer graag kunnen werken en de draad van het leven weer oppakken, maar dan op mijn manier.

En zo ben ik op een gegeven moment naar een activiteit op mijn werk gegaan, waarbij ik achter in de zaal ging zitten. Zodat ik er wel bij was, maar niet opviel. En zo is het me uiteindelijk gelukt om terug te komen. Maar het koste wel strijd. En het vroeg tijd…

Dorien

Het gevecht

Met neerhangende schouders liep de huisarts die middag onze voordeur uit. Mijn oog viel op zijn ongewone gang toen hij naar zijn auto liep. Meteen rook ik onraad. Deze bekwame dokter miste nooit een diagnose. En nu had hij zojuist voor mijn man een ziekenhuisopname geregeld. En niet voor niets, ging er door me heen!

Die nacht lag ik lang wakker. In gedachten organiseerde ik tot in de puntjes zijn hele begrafenis… Vanaf dat moment begon voor mij het gevecht. Het gevecht als naaste. In mijn gevecht betrok ik ook God. Riep Hem in mijn machteloze woede ter verantwoording. ’Waar was dit voor nodig om een jonge vader van drie kinderen nu al weg te gaan nemen?’

Achteraf vermoed ik dat zijn eigen gevecht al enkele weken eerder was begonnen. Ik had het aan zijn blik gezien. Hoge koortsen belaagden hem constant. En de oorzaak was onduidelijk. Die oktobermaand was voor ons beiden de start van een innerlijk gevecht. Het zou bijna twee jaar duren.

Een gevecht ontstaat doorgaans in ons leven wanneer er zich een gang van zaken voltrekt waar wij het totaal niet mee eens zijn. Waar wij ons met hand en tand tegen verzetten. Geen mens wil met kanker worden geconfronteerd. Laat staan met de dood te maken hebben. Een mens wil leven!

Als wij de Bijbel lezen, merken wij dat wij niet de enigen zijn die een gevecht met onszelf leveren. Een opmerkelijk voorbeeld is dat van Hizkia. Deze koning wordt ernstig ziek en moet de dood onder ogen zien. Het slechtnieuwsgesprek wordt door een profeet gevoerd. Profeet Jesaja: ‘De koning kan maar beter alles gaan regelen.’ Hizkia reageert afwijzend en keert demonstratief zijn rug naar Jesaja toe. Hij neemt de man Gods deze onheilsboodschap allesbehalve in dank af.

Hizkia was jong koning van Juda geworden. Op zijn vijfentwintigste. En nog steeds, na bijna dertig jaar regeren, heeft hij grootse plannen. Hij wil vanuit Jeruzalem zijn rijk verder uitbreiden. Bewust wil hij ook een goede koning zijn. Hij draagt iedereen op zich aan de wetten van Mozes te houden. Hij is een ambitieus man, een koning met visie. Ziekte komt hem wel heel slecht uit.

Hij laat het er dan ook niet bij zitten. Hizkia gaat met God in gesprek. Hij wijst Hem er op dat hij heeft gedaan wat goed in diens ogen was. Hij is trouw geweest en heeft steeds vanuit zijn hart gehandeld. Dan wordt hij door emoties overmand. Dikke tranen lopen langs zijn wangen. Hij huilt hartverscheurend.

De reactie van deze zieke koning roept ook nu nog, na zoveel eeuwen, herkenning bij ons op. Van meet af aan begint bij hem het gevecht. Ieder mens, direct of indirect door kanker geraakt, moet onvermijdelijk ook persoonlijk het gevecht voeren. Ieder in de eigen omstandigheden. Plotseling stilgezet in een soms drukbezet leven. Alle aanlokkelijke toekomstplannen voorlopig in de kast…

Talloze vragen maken deel uit van deze innerlijke strijd. Hoe lang zal deze onzekere periode duren? Welke weg ligt er voor mij? Vragen vooral van degene die kanker heeft. Wat betekent dit voor ons gezin? Hoe zal mijn partner met de ziekte omgaan? Vaak vragen van degene die met kanker van de ander wordt geconfronteerd. En de hamvraag bij beide partijen is of er wel genezing mogelijk zal zijn.

Tussen haakjes, het onderhandelen van Hizkia had resultaat. Maar liefst vijftien jaar werd aan zijn leven toegevoegd. Wat had mijn man dat destijds ook graag gewild! En ik niet minder!

In alles wat er dan gebeurt, ontbreken dan ook de emoties niet. Mogelijk verschijnen ook bij ons zelfs wel extra tranen. Wellicht zijn wij ook met God in gesprek gegaan om te onderhandelen. Zo gauw geven wij ons immers niet gewonnen! Ons gevecht gaat altijd ook gepaard met rouw. Vaak zijn wij ons dat niet eens bewust. Rouw omdat er op allerlei fronten verlies is opgedoken. Allereerst rouw bij de zieke zelf. Rouw om de beperkingen die het eigen ziek zijn aan verlies met zich meebrengt. In het licht van het bedreigde leven wordt het steeds meer af moeten zien soms nog intenser beleefd. Daarnaast ook rouw bij de naasten. Vooral ook om de angst voor verlies van hun dierbare.

Alleen door het gevecht onder ogen te zien, kan onze weg begaanbaar worden. Want het hoort er allemaal bij: vragen die opkomen, emoties die plotseling verschijnen en ook de gevoelens van rouw. Leven met kanker gaat niet zonder innerlijke strijd. Tot het geraakt zijn door kanker behoort όόk het gevecht. Helaas!

Gettie Kievit-Lamens

‘De wonden zullen helen, maar echt genezen dat zal het nooit’

jitsevanderwal‘De wonden zullen helen, maar echt genezen dat zal het nooit. Ook al lijkt het van buiten, het litteken blijft en ik zou willen dat jij hier bij mij was, ik met je kon praten, jouw gezicht voor mij kon zien. Veel te vroeg hebben we afscheid moeten nemen en de leegte die je achterliet vult mijn leven (…) En ik voel je nog steeds om me heen, al ben je dood, de herinnering leeft voor altijd.’

Deze liedtekst van de cd Uit de wind draag ik met mij mee vanaf 24 januari 2001. Op die dag is Joanne, onze dappere dochter en zus, bevrijd van die vreselijke hartspierziekte, die haar verder leven onmogelijk maakte. Zij is thuis bij haar en onze hemelse Vader, geborgen in Jezus Christus. Hier is Joanne 3 jaar en 2 maanden geworden. Vanaf die dag vult de leegte die zij achterlaat het leven van Janny en mij en van onze drie andere kinderen die toen 12, 10 en 8 jaar waren.

Op 22 mei jl. is mijn omgaan met dit ingrijpende verlies in het EO-programma ‘Bakkie Troost’ te zien geweest. Psalm 13 is voor mij een gevechtspsalm die mij eigen is geworden: grote vragen aan God, tot het zelfs Hem ‘op het matje roepen’. En dan toch zo door Hem geraakt worden, dat je beseft dat je niet zonder Jezus Christus kunt.

Naar aanleiding van de uitzending van ‘Bakkie Troost’ ben ik gevraagd om mee te werken aan de ontmoetingsdag ‘Gebroken hart’ van 19 november a.s. Dat vind ik spannend, omdat ik als vader kwetsbaar ben door dit verlies. Tegelijk is samen huilen, samen lachen, samen delen, samen vechten zó belangrijk. En zeker vanuit het houvast in Jezus Christus, Hij die alles voor ons is.

Jitse van der Wal

PS. De door Jitse genoemde liedtekst is afkomstig uit het lied ‘Veel te vroeg’ van de cd Uit de wind (1999), door gelegenheidspopgroep Wij, Ron van der Wiel (componist), Handkerchief Projects.

Onderweg

Kristien RochaSchoorvoetend loop ik het zaaltje binnen. Wat heb ik me nu weer op de hals gehaald? Hoewel. Ik heb naar deze dag uitgekeken. Moeders en vaders ontmoeten die weten wat een ziekbed en overlijden van een kind met je doet. Die beseffen hoe alles anders wordt en hoe niets vanzelfsprekend is. Die ook worstelen met het antwoord op de vraag: ‘Hoeveel kinderen heb je?’ Wiens leven, net als het mijne, getekend is door gemis. Om nog niet te spreken over de herinneringen aan de ziekte.

Met trillende stem stel ik me voor. Ik ben Kristien, gehuwd en moeder van vier. Ik ben lotgenoot. Mijn zoon Steven overleed in 2005. Hij had acute leukemie. Aandachtig luister ik naar de andere ouders. En ook al ken ik hen nog niet, ik voel me onmiddellijk verbonden. Onze kinderen brengen ons samen. Er zijn ouders van een overleden kind uit bijna elke leeftijdsgroep, van peuter tot volwassene. Maar de leeftijd doet er niet toe, het gaat om ‘het kind’. Als ouders zijn we kwetsbaar maar ook sterk. Ieder bewandelt zijn eigen verwerkingsweg. De ene zit al wat verder dan de andere. Ook in tijd na het overlijden.

Het is (h)erkennen, met een lach en een traan, elkaar bemoedigen, intens gemis uitspreken, pijn delen over de gevolgen van de ziekte van ons kind op ons leven (als individu, koppel, gezin, …), bewogen worden door liefde, vragen stellen en leren van elkaar, luisteren naar verhalen over prachtkinderen en schroom stil staan in een niet-begrijpen en toch willen begrijpen, maar niet kunnen. We zitten allemaal met vragen. Ook al kennen we de Heer. Soms is er geworstel of opstandigheid. Want we begrijpen er niks van. Maar dat mag. Hij kent ons door en door. En we mogen ons vastklampen aan Gods beloften en aan de hoop en toekomst die we hebben in Jezus.

Dit jaar brainstormden we met een groepje ouders over de invulling van de komende ontmoetingsdag. Als thema kozen we ‘Leven na verlies’. Het verlies van een kind kennen we. En het daarbij horende verdriet ook. Dat is geen teken van zwakte, maar van diepe liefde. Ons verlies is voor het leven en we moeten leren leven zonder ons kind. ‘Leven na verlies’ zijn slechts drie woorden, maar het houdt zoveel in.

In 2012 leerde ik de stichting Als kanker je raakt kennen via de Landelijke Ontmoetingsdag te Amersfoort. Mijn contact was ds. Arie van der Veer. Op 6 december 2009 gaven we als gezin een getuigenis over Stevens leven voor het EO-programma ‘Nederland Zingt op zondag’. Binnen de stichting heb ik heel fijne mensen leren kennen. Het heeft me niet alleen geholpen op mijn weg, maar het heeft mijn leven ook enorm verrijkt. Sinds 2013 werk ik mee met de AKJR-groep ‘Gebroken hart’ voor ouders van een overleden kind.

Weet dat ik er wil zijn voor jou. Ik weet hoe het is een kind te missen. We bewandelen eenzelfde weg.

Kristien Rocha

Hij heelt hun hart, dat gebroken is, Hij verbindt hun wonden. Psalm 147:3